Bert van Woudenberg

Tot vijf jaar geleden had ik het beste leven dat een man zich kan wensen. Ik woonde samen met mijn vrouw Els op de boerderij waar ik 83 jaar geleden geboren ben. Els zorgde voor het huis en het eten en ik hield het erf, de tuin en de schuren netjes. We hadden het goed samen.

Zomaar op een dinsdagochtend in mei is Els overleden. Ik vond haar aan de keukentafel met de krant nog voor zich. Een hartaanval volgens de huisarts. Het is al weer vijf jaar geleden, maar ik mis haar nog elke dag. Ik heb geprobeerd om alles in huis netjes te houden zoals Els dat altijd deed. Om eten te koken en bloemen op tafel te zetten. Het lukte me niet.


Blikken bruine bonen


Na een tijdje zeiden de kinderen dat het zo niet verder kon. Dat ik slecht voor mezelf zorgde en alleen maar blikken bruine bonen at. Dat m’n kleren vies waren en dat ik vergat me te wassen. Eerst vond ik het allemaal onzin wat ze zeiden, maar later begreep ik hun zorgen wel en zijn we samen naar de huisarts gegaan. Die adviseerde om met een maatschappelijk werker te praten over de mogelijkheden. Het was op een donderdagmiddag dat ze kwam; een hippe jonge vrouw. Ze was heel direct en vroeg me het hemd van m’n lijf. Over het slapen, het eten, het schoonmaken en de contacten die ik had. Ze dacht echt met ons mee over hoe ik zo prettig mogelijk zou kunnen leven. 


Kroppen sla en rode bieten


Achteraf zeg ik dat die middag mijn leven is veranderd. Ik ga nu drie dagen per week naar een dagcentrum. Daar verbouw ik nog wat groente in verhoogde plantenbakken: een paar kroppen sla en wat rode bieten. Samen met andere ouderen drinken we koffie en eten we een warme maaltijd. Ik geniet van de gezelligheid, de aanspraak. Er komt daar ook een fysiotherapeut die het lopen met me oefent. Dat is belangrijk want als ik op de boerderij wil blijven, moet ik wel kunnen lopen. In huis is daarvoor ook het één en ander aangepast. Een ergotherapeut heeft gekeken wat er makkelijker kan. Nu heb ik beugels in de badkamer en bij het trapje naar de opkamer waar ik slaap. Zo kan ik me veiliger door het huis bewegen. En iedere morgen komt er een vrouw me helpen met wassen en aankleden en m’n ontbijt te maken. Zij helpt me ook herinneren dat ik klaar moet staan voor als het busje komt. 


Op een dag......


Het gaat nu best goed met me. De dagen dat ik niet naar het dagcentrum ga, komt er altijd één van de kinderen langs. Dat is gezellig. En met alle hulp in huis en de maaltijden red ik het best. Ik hoop zo nog een tijdje te kunnen genieten op de boerderij. En als het op is, hoop ik op een dag gewoon rustig in te slapen. Net zoals Els dat deed.

Bert Woudenberg is een persona, een fictief figuur. Het verhaal is gebaseerd op de ervaringen van de medewerkers van SilverRade.